• Marianne van Dijk

Onze paarden zijn geen steppedieren meer.

Bijgewerkt: 25 jul 2019


Voor veel mensen waarvan hun paarden 24/7 buiten leven is het vanzelfsprekend dat een paard een continuïteit aan beweging nodig heeft. Wat wij veel tegenkomen als reden hiervoor is dat paarden steppedieren zijn. Maar klopt dit wel? In feite wat men hiermee zegt is dat een paard op de steppe leefde. Maar dat doen leeuwen bijvoorbeeld ook. Met het gegeven dat een dier van de steppe afkomstig is zou je mogelijk kunnen stellen dat deze ruimte nodig heeft. Maar dat staat niet gelijk aan de continuïteit aan beweging. Wel weten we dat paarden in het wild 20 à 30 kilometer per dag afleggen en een leeuw niet, hoe zit dit dan?


Roofdier vs Prooidier

Een roofdier, dat meer gericht is op het jagen, heeft een heel ander soort bewegingsdrang dan prooidieren. Zo zijn vele roofdieren voornamelijk ’s nachts aan het zoeken naar de volgende maaltijd. Ze jagen maar een paar uur per dag en omdat niet alle jachten succesvol zijn kunnen ze zelfs dagen lang zonder voedsel. Wanneer ze wel een prooi te pakken hebben gekregen, hebben ze in één keer een grote hoeveelheid voedsel en kunnen ze uren achtereen rusten (meer dan 70% van de tijd). Hun spijsverteringskanaal is volledig aangepast aan deze eet- en rustgewoonte.

Een prooidier, in tegenstelling tot een roofdier, moet altijd op z’n hoede zijn voor roofdieren. Aangezien roofdieren voornamelijk ’s nachts aan het jagen zijn, rusten ze veel minder rond die tijd.

Om niet ten prooi te vallen spendeert een prooidier minder dan 20% van de dag aan rusten/slapen.

Het eetgedrag van prooidieren wordt beïnvloed door roofdieren. Om te voorkomen dat ze gepakt worden blijven ze veel in beweging zodat ze moeilijker te vinden zijn. Hier is dan ook hun spijsvertering op aangepast. Wij kunnen ons voorstellen dat het schaarse aanbod aan dorre gras op de steppe juist een voordeel is voor de prooidieren omdat ze dan nooit te lang op dezelfde plek blijven. Niet alleen de spijsvertering en het bewegingsapparaat zijn aangepast aan het overleven van roofdieren, ook de rest van het lichaam vertoont kenmerken die een voordeel hebben. Vanuit fysieke kenmerken die onze gedomesticeerde dieren nog beschikken kan je uitmaken of het een roof- of prooidier is. Paarden zijn overduidelijk prooidieren en zo is het bijvoorbeeld niet voor niks dat paarden een lang hoofd hebben. Doordat de ogen en de mond ver uit elkaar liggen, kunnen ze al grazend hun omgeving in de gaten houden.


Wat gebeurt er als er desondanks een roofdier toch over het hoofd wordt gezien en aanvalt? Dan slaan de prooidieren op de vlucht en zorgen ze dat ze niet in het nauw worden gedreven.

Vluchtdieren

Wie met paarden omgaat kan het niet ontgaan zijn dat het vluchtdieren zijn. Veel trainingsmethodes zijn zich hier niet enkel van bewust maar ook (grotendeels) op gebaseerd. Wie goed met een paard wil leren om te gaan moet dus deze (grote) vluchtdieren proberen te begrijpen. Maar wat houdt dit dan precies in voor het wezen paard?


Om deze vraag te beantwoorden moeten wij beginnen bij de kenmerkende gedragingen van een vluchtdier. Een van de meest bekende is dat ze in kuddeverband kunnen leven.

Hierbij vormen de dieren een groep waardoor een individu minder opvalt en minder hoeft op te letten op roofdieren omdat er o.a. meerdere ogen op de uitkijk zijn. De kudde is van groot belang voor de veiligheid, rust en overleving van een paard.


Nu is het zo dat voor onze gedomesticeerde paarden geen echt gevaar meer op de loer ligt. Dan zou je misschien denken dat aangezien het vluchtgedrag niet meer nodig is deze dus niet meer bestaat, toch? Niets is minder waar, de natuur van het paard zorgt ervoor dat alles wat beweegt of wat nieuw is een bedreiging zou kunnen vormen. Bij het paard wordt er bij 'gevaar' altijd een lichamelijke reactie opgeroepen, zonder dat het paard daar invloed op heeft. Zo wordt het sympathische zenuwstelsel geactiveerd, wat ervoor zorgt dat het lichaam klaar is om actie te ondernemen. Hierbij wordt (eenvoudig gesteld) als eerste adrenaline aangemaakt, vervolgens ontstaat een reeks aan andere reacties in het lichaam zodat bijvoorbeeld het hart sneller gaat kloppen, de longen en aderen zich verwijden voor meer lucht en bloed en de darmen worden minder actief.


Sommige mensen zeggen dat stress niet per se slecht is voor paarden en als wij het zo lezen kunnen wij ons voorstellen dat het dan ook behoort tot een normale fysieke reactie van een paard op een situatie. Waar het vervolgens wel mis kan gaan is als paarden in een stress situatie terecht komen en vervolgens geen uitweg hebben (bijvoorbeeld als ze vastzitten of als ze zich in een kleine ruimte bevinden). Op zo’n moment kunnen ze dan geen uiting geven aan hun natuurlijk gedrag (vluchten/lopen) en heeft dit volgens Bruce Nock, PHD nadelige fysiologische gevolgen.


Hoewel ze dus in kuddeverband leven, is oplettendheid ook cruciaal om te overleven. Wanneer een (vlucht)dier niet zou opletten, is de kans groot dat het ten prooi valt. Dit is niet de enige antiroof strategie die paarden hebben. Het continue verplaatsten helpt ook om minder goed vindbaar te zijn. Roofdieren hebben een ‘thuisbasis’ (z.g.n. territorium), paarden daarentegen vinden hun thuis niet vast aan één locatie maar wel in een kudde.

Wilde paarden lopen vele kilometers per dag, niet enkel om hun voedsel en water te vinden maar ook om veilig te blijven. Dat onze gedomesticeerde paarden hedendaags niet meer in het wild leven en voedsel binnen hoefbereik hebben, betekent het niet dat hun fysieke en fysiologisch kenmerken zijn veranderd. Hoewel domesticatie bij wilde paarden meer dan 6000 jaar geleden heeft plaatsgevonden en paarden zijn aangepast aan de menselijke omgeving, wijzen onderzoeken uit dat ook hun gedragspatronen en capaciteiten bijna niet verschillen van paarden in het wild.


Wat houdt dit dan allemaal in voor hun huisvesting?

Paardenliefhebbers kunnen met zijn allen eens zijn dat ze van paarden houden en het belangrijk vinden dat paarden een goed leven hebben. Belangrijk maar veel onderschat hiervoor is hun huisvesting. Paarden bevinden zich de meeste tijd waar wij beslissen dat ze moeten gaan wonen.

Paarden zijn overgelaten aan de keuze van de mens.

Als wij weten dat paarden kuddedieren zijn, veiligheid en rust hierin vinden, dan is het een absolute noodzaak dat paarden sociaal worden gehuisvest. Als wij nu begrijpen dat ondanks paarden niet meer op de steppe leven, ze nog steeds in alle opzichte fysiek zijn gebouwd om lange afstanden te moeten afleggen en verschillen amper van wilde paarden.

Dan kunnen wij toch begrijpen dat paarden een een continuïteit aan vrije beweging nodig hebben. Dan weten wij dat ruimte van essentieel belang is. Vanuit een paard gekeken is het zeer onnatuurlijk en levensgevaarlijk om zich te bevinden in een kleine afgesloten ruimte. Als ze eten moeten ze overzicht hebben en dient dit niet belemmerd te worden door wanden waardoor ze steeds omhoog moeten met hun hoofd.


Stereotiep gedrag

Stereotiep gedrag wordt gedefinieerd als herhalend gedrag zonder duidelijk doel en functie (Clegg et al. 2008). Dit gedrag is nooit waargenomen bij 'vrije' wilde paarden maar wel bij 15% van de gedomesticeerde paarden. Een veroorzaker van het gedrag duidt volgens studies dat het een gevolg is van frustratie, verveling en stress, welke weer gevolg is van hoe wij paarden houden dat ver is van wat als natuurlijk wordt beschouwt. Over het algemeen kunnen stereotiepe gedragingen optreden wanneer het dier wordt belemmerd van natuurlijke gedragspatronen, zoals wanneer het paard een stressvolle situatie niet kan vermijden, niet kan grazen of sociaal contact onmogelijk is. De belangrijkste oorzaken van stereotiep gedrag bij paarden worden daarom meestal toegeschreven aan de volgende factoren:

1) voedingspraktijken

2) beperkt sociaal contact

3) gebrek aan beweging vanwege beperking in een stalomgeving

(McBride & Cuddeford 2001, Cooper & Albentosa 2005, Henderson 2007, McBride & Hemmings 2009, Wickens & Heleski 2010).


De wijze van spenen van veulens kan ook leiden tot dit gedrag en moet ook zeker niet worden onderschat.


Een onderzoek met jonge paarden (+2 jaar oud) wees uit dat na 12 weken van individuele huisvesting 67% van de paarden een vorm van stereotiep gedrag vertoonde.

Veel paardeneigenaren geloven nog dat dit gedrag voortkomt omdat een paard ondeugend is in de stal en dat het gedrag gestopt moet worden. Hier zijn dan ook verschillende methodes voor ontwikkeld. Verschillende onderzoekers veronderstellen dat de functie van stereotiep gedrag een manier is om om te kunnen gaan met stress in gevangenschap. Het kan dan zijn dat symptoombestrijding om het gedrag te stoppen nog erger is dan het gedrag te laten doorgaan. Hoewel er nog steeds onzekerheid bestaat over de exacte functie, geldt onder alle omstandigheden: Voorkomen is beter dan genezen.


Kuddeleven

Een van de belangrijkste factoren waarin onze gedomesticeerde paarden verschillen van wilde paarden is de groepssamenstelling. In het wild zijn het voornamelijk familie kuddes die zijn gericht op het overleven en voortplanting. Voor onze gedomesticeerde paarden beslissen wij mensen welke paarden er samen gehuisvest worden. Dit is belangrijk om te begrijpen waar mogelijk problemen kunnen ontstaan. Vooral indien er niet voldoende ruimte wordt aangeboden met teveel paarden. Dit zou een paard veel stress kunnen opleveren en averechts werken voor zijn rust en veiligheidsgevoel die een kudde behoort te geven. Hierdoor kan het lijken dat een paard niet geschikt is om 24/7 sociaal te leven en de vrije (bewegings)keuze te hebben. Maar niets is minder waar. Gezien alles wat wij weten zou het veel logischer zijn om te stellen dat de (groeps)huisvesting die er gekozen is niet het juiste is voor jouw paard en niet dat jouw paard niet in een groepshuisvesting kan/wil leven.

Het management van groepshuisvestingen en de paarden die er al staan hebben grote invloed op of een paard zich wel of niet thuis gaat voelen.

Langdurige stress is niet goed voor welk dier dan ook en wij verwachten hoe dichter wij bij de natuur van het paard blijven, hoe minder stress paarden dagelijks ervaren. Een belangrijke realisatie is dat paarden dus volledig afhankelijk zijn van onze keuzes en dus ook voor het inrichten van hun omgeving. Wij als mensen moeten niet enkel zorgen voor soortgenoten en dat er voldoende ruimte is maar ook voor beschutting (tegen zon en extreme weersomstandigheden).


En nu?

Betekent het dit dat paarden huisvesten voor uren achtereen in een kleine ruimte schadelijk kan zijn? Ja. Is er meer onderzoek nodig voor dit onderwerp? Zeker. Betekent het dan als je je paard zo gehuisd hebt een dierenbeul bent en niet van je paard houdt? Nee. Er zijn vele factoren waarom mensen hun paarden niet de vrijheid geven om ten alle tijden natuurlijk gedrag te vertonen waarvan helaas een groot deel buiten hun macht om ligt (niet genoeg of het juiste aanbod, geld, ruimte etc.).


Hopen wij dat paardenliefhebbers hierover gaan nadenken en zelf bewuste keuzes gaan maken hoe de huisvesting het beste ingericht kan worden gekeken vanuit een paard?


Wij zouden niets liever willen.


Bronnen: - Predator and prey adaptations - Royal Saskatchewan Museum

- Equine Behavior: Prey vs. Predator, Horse vs. Human Dr. Patricia Evans

- Wild horses the stress of captivity - Bruce Nock - Equine Stereotypic Behavior as Related to Horse Welfare: A Review. Amir Sarrafchi - The effect of two different housing conditions on the welfare of young horses stabled for the first time

1,083 keer bekeken