De paardensport verdwijnt niet door welzijn, ze verdwijnt zonder
- Marianne van Dijk

- 29 dec 2025
- 4 minuten om te lezen
Terugkijken op 2025, vooruit naar 2026

Aan het einde van een jaar ontstaat vaak vanzelf een moment van terugkijken. Niet om af te rekenen, maar om helder te krijgen wat klopt en wat niet meer past. Ook binnen de paardenwereld was 2025 geen jaar waarin alles rustig voortkabbelde. De gesprekken over paardenwelzijn werden zichtbaarder, soms feller, en vaak ook verwarrender.
Wat me daarbij opvalt, is dat de discussie snel vastloopt in angst. Angst voor regels, angst voor beperkingen, angst dat de sport zoals we die kennen zal verdwijnen. Die angst wordt vervolgens vaak gekoppeld aan welzijn, alsof juist dƔt de oorzaak is van de druk die wordt gevoeld.
Maar als ik kijk naar wat er werkelijk speelt, zie ik iets anders.
Ik zie geen sector die wordt aangevallen door welzijn. Ik zie een sector die moet bijsturen omdat oude vanzelfsprekendheden niet meer vanzelfsprekend zijn.
Wie met paarden werkt, ziet dagelijks hoe groot het verschil kan zijn tussen functioneren en werkelijk goed gaan. Paarden die hun werk doen, maar buiten dat werk weinig ontspanning kennen. Paarden die blijven presteren, terwijl hun lichaam of gedrag signalen geeft die we zijn gaan normaliseren. Niet uit onverschilligheid, maar omdat het systeem lange tijd zo heeft gewerkt.
Een paard leeft geen uur per dag. Het leeft vierentwintig uur per dag. En hoe dat leven is ingericht, huisvesting, beweging, sociaal contact, rust, bepaalt in hoge mate hoe een paard zich ontwikkelt, herstelt en belastbaar blijft. Ook binnen de sport.
Als we het hebben over welzijn, ontkomen we ook niet aan de meest basale realiteit: een paard is gebouwd om te bewegen en sociaal te leven. Toch staan veel paarden nog steeds een groot deel van de dag alleen in een box. Hoe netjes de stal ook is, hoe goed bedoeld ook, langdurig opgesloten staan in een kleine ruimte heeft gevolgen. Het haalt beweging weg, het haalt keuzevrijheid weg en het haalt vaak ook sociaal contact weg. Daarin ontstaan precies een paard onwaardig leven.

En wat het extra wrang maakt: dit is niet nieuw, en het is ook niet onzichtbaar. Er is al vaak onderzocht wat bewegingsbeperking en sociale isolatie doen met paarden, en toch is het op veel plekken nog steeds de standaard. In een dierentuin zouden we dit niet acceptabel vinden; daar zijn regels voor, omdat we weten dat een dier ruimte, prikkels en soortgenoten nodig heeft om gezond en gelukkig te blijven.
En dit raakt niet alleen de sport. Het raakt ook hoe we nieuwe generaties opleiden. Op veel traditionele paardenhouderij- en sportopleidingen zien leerlingen nog steeds dag in, dag uit paarden die nauwelijks buiten komen, weinig vrij bewegen en vooral leren functioneren binnen een strak systeem van voeren, uitmesten, trainen en weer terug de box in. Dat is niet omdat mensen geen hart hebben voor paarden, maar omdat dit jarenlang de standaard is geweest. Alleen is de vraag wat leerlingen daar dan eigenlijk leren over het paard zelf. Leer je over wat paarden zijn, wat ze nodig hebben en hoe hun basisbehoeften in de praktijk ingericht kunnen worden, of leer je ze vooral hoe je paarden passend maakt in een systeem dat voor mensen praktisch is?

Als ik vooruitkijk naar 2026, voelt dat voor mij niet als āgewoon een nieuw jaarā. Het voelt als een moment waarop de sector voor een keuze staat. Niet tussen sport of welzijn, maar tussen vasthouden aan wat was of verantwoordelijkheid nemen voor wat nodig is om te kunnen blijven bestaan.
Want de maatschappelijke druk die nu wordt gevoeld, komt niet enkel voort uit een afkeer van paarden of sport. Ze komt ook voort uit een groeiend besef dat gebruik niet los kan staan van de manier waarop een dier leeft. Dat prestaties niet los gezien kunnen worden van de omstandigheden waarin ze tot stand komen. Wie zich afvraagt waar die maatschappelijke gevoeligheid vandaan komt, hoeft niet ver te zoeken. Ik schreef daar eerder een blog over: Wat we paarden aandoen zou in een dierentuin verboden zijn.
De toekomst van de paardensport wordt niet veiliggesteld door harder te verdedigen wat we kennen, maar eerder door te bewegen waar we moeten. Als we blijven afwachten, neemt regelgeving vanzelf de regie over, terwijl we die regie juist zelf kunnen houden door opnieuw de basis te bepalen. Dat begint bij hoe paarden leven, niet alleen bij wat ze in training of wedstrijd laten zien.

Daarvoor is misschien geen radicale breuk nodig, maar wel eerlijkheid: welke keuzes maken een paard duurzaam gezond en inzetbaar, en welke gewoontes houden we vooral vast omdat ze lang normaal waren?
Wie nu verantwoordelijkheid neemt, behoudt invloed op de richting waarin de sport zich ontwikkelt. Wie welzijn integreert als fundament, niet als bijzaak, laat zien dat paardensport kan bestaan mƩt respect voor het dier, niet ondanks. Dat begint bijna altijd bij de basisbehoeften en bij de bereidheid om vanuit het paard te kijken, ook als dat betekent dat we onze vanzelfsprekendheden moeten herzien.
De paardensport verdwijnt niet omdat we beter voor paarden gaan zorgen. Ze verdwijnt als we welzijn blijven behandelen als bedreiging, in plaats van als fundament.
Voor 2026 zou ik graag zien dat iedereen die paarden liefheeft en de sport wil behouden hier goed over nadenkt. Niet alleen omdat we van paarden houden maar ook omdat we ze willen blijven houden.






Opmerkingen