• Marianne van Dijk

Het paard van Troje

Het ene moment ben je vrolijk met je paard je ding aan het doen, het andere moment bepaalt je paard dat het niet meer oké is. Wat doe je dan?



Het ene moment ben je vrolijk met je paard je ding aan het doen, het andere moment bepaalt je paard dat het niet meer oké is. Wat doe je dan?

Na een tijdje waren de hengst en zijn shetlandervriendje aardig gewend geraakt aan hun nieuwe plekje en aan elkaar. Gelukkig was er geen sprake meer van nachtelijke uitbraken. Alles begon in een ritme te komen. Tijd om met de hengst aan de slag te gaan! We hadden er zin in, vroeg of laat wilden we hem in de springsport uitbrengen, altijd leuk om aan een nieuw project te beginnen. Hij is tenslotte een springpaard, het zit in zijn bloed! 



Om te beginnen mocht hij rustig longeren. Eerst wat conditie opbouwen, hij was al moe van het heen en weer lopen naar zijn paddock. Bij ons in de bak staat altijd springmateriaal. Soms staat het her en der, maar als wij hem gingen longeren zetten wij de spullen even in het midden neer. Op zich geen probleem, een paar balken en staanders vallen wel te ontwijken, dachten wij. De hengst bleek daar toch iets anders over te denken. De bak staat daar mooi in het midden van het erf, waardoor je vanuit de bak alles kan zien. Je paard dus ook.  Vanaf het moment dat de hengst in de bak was, was zijn aandacht vaak daarbuiten. Als er een paard bewoog, dan moest daar naar gekeken worden. Dat in combinatie met jeugdige klungeligheid zorgde er weleens voor dat meneer niet zo goed keek waar hij liep. Meer dan eens banjerde hij door het springmateriaal heen, waarbij wij onze handen voor de ogen hielden. Hij zelf ging vrolijk verder, minderde nauwelijks vaart. Klauterde zonder paniek door de spullen heen en vervolgde zijn weg. De wereld zou wel aan de kant gaan voor hem. In het begin waren wij nog voorzichtig en probeerden we te voorkomen dat hij door de spullen heen liep. Snel vonden we het toch wel een beetje te gek worden, hij had toch zelf ogen? Na een paar keer proberen te waarschuwen, hielden wij daar dan ook maar mee op. Hij kwam er altijd weer doorheen, hij kon zichzelf wel redden. Gelukkig was het van tijdelijke duur en leerde hij beter kijken waar hij heen ging. De balken en staanders waren weer veilig.  



Buiten deze rare fratsen was hij wel braaf. Dus konden we de volgende stap wagen; rijden met die handel! Ook daarbij was hij braaf, zij het wat langzaam. Hij was pas een paar maanden onder het zadel, dus sommige dingen waren nog wat lastig voor hem. Het sturen ging bijvoorbeeld altijd met een vertraging op de lijn, maar hij ging vroeg of laat waar hij heen moest. Gelukkig snel genoeg om niet alsnog tussen de staanders en balken te belanden. Sprongetjes maken deed hij ook met plezier, daarvoor tilde hij wel zijn benen goed op.


De oude eigenaren hadden ons altijd op het hart gedrukt om hem voor het rijden eerst even goed te longeren. De eerste keer dat we bij de hengst waren wezen kijken, bleek waarom. Hij ging, met zadel op zijn rug, als een gek tekeer bokkend en rennend door de bak. Vervolgens met rijden was er niks meer aan de hand. Het zadel zat te krap, dus bij het volgende bezoek hadden we een eigen springzadel mee om te kijken of die beter zou liggen. Het zag er in ieder geval veel beter uit. Toen hij daarmee werd losgelaten, gebeurde er bar weinig. Geen enkele gekke sprong. Kennelijk was ons zadel in ieder geval wel goedgekeurd door de (wat later bleek erg kritische) hengst. Er werd ons verteld dat hij lastig was geweest met zadelmak maken, inrijden was wel snel goed gegaan.



Thuis deden we braaf wat ons verteld was. Iedere keer voor het rijden mocht hij even aan de longe met zadel op. Hij deed er niet veel mee, hij leek het meer vermoeiend te vinden. Toen wij de hengst net hadden was de zadelmaker geweest. Die vertelde dat voorlopig trainen wel kon met het huidige zadel, maar omdat hij nog jong was, vier jaar, moest het zadel met enige regelmaat gecontroleerd worden of het nog steeds goed lag.


Na een paar maanden training had de hengst meer spiermassa aangemaakt en werd het tijd om nog een keer te controleren of zijn zadel nog paste. De zadelmaker beaamde dat het nu inderdaad tijd werd voor een ander zadel met een wat bredere boom. Ze had er een bij zich en we konden het gelijk proberen. De hengst zou echter de hengst niet zijn ongezouten mening zou geven. Met het nieuwe zadel moest hij even longeren om te kijken hoe hij liep. Niks leek aan de hand, dus stapte zijn baasje op. Stap en draf waren geen probleem, maar zodra de galop werd ingezet gedroeg hij zich als een jong hertje. Na een paar huppeltjes was het echter voorbij en deed hij weer normaal, maar we keken toch maar even of hij dat ook zou doen met zijn huidige zadel. Weer deed hij daar niks mee. Moest hij dan met een te krap zadel blijven lopen? Misschien moesten we gewoon het nieuwe zadel nemen, dan kon hij eraan wennen. We besloten het gewoon te proberen.


Niet lang daarna begon de hengst te schudden met zijn hoofd en slaan met zijn voorbenen met rijden. Aandrijven met benen, hoe zacht dan ook, vond hij helemaal niks. Als iemand hem even vasthield en in stap zette vanaf de grond, ging het beter. Tot de dag dat het niet meer goed ging. Op haar verjaardag besloot zijn baasje weer een poging te wagen. Wat kon er op zo’n dag misgaan? Op zoek naar een manier om de hengst zonder problemen weg te laten stappen na het opstappen, besloten we iets nieuws te proberen. Wat als we het voor elkaar kregen om hem zelf te laten lopen? Zonder 'dwang' van iemand op zijn rug of op de grond. De laatste tijd schudde hij met zijn hoofd en dreigde hij te gaan bokken zodra je been gaf om hem in stap te zetten, dus wellicht was dit wel de oplossing. Voor de zekerheid werd de hengst vastgehouden aan het hoofdstel, terwijl zijn baasje opstapte. Hij had kennelijk ons idee al door, want hij stapte bijna direct weg. Normaal gesproken bleef hij gewoon staan, in eerste instantie waren blij. Plan geslaagd! Hij was zelf gaan stappen! Het gevoel van euforie vervloog echter snel. Zijn baasje moest nog haar voet in de rechterbeugel doen en daarbij schoof ze met haar been langs zijn buik. Toen was het hek van dam. Hij gooide zijn hoofd tussen zijn benen, sprong naar voren en bleef bokkensprongen maken. Hij werd echter nog vastgehouden, maar door de plotselinge spong naar voren brak het hoofdstel. Ondertussen op zijn rug wou zijn baasje zijn hoofd kostte wat het kost omhoog krijgen om de bokkensprongen te stoppen. Ze trok aan de rechterteugel, maar het hoofdstel zat niet meer vast. Ze kreeg geen tegendruk, verloor haar evenwicht en viel aan de andere kant van hem af vol op haar rug. Ze kwam onder zijn voorbenen terecht en moest zijn benen van haar wegduwen. Gelukkig snel in haar reactie wist ze aan de kant te rollen en weg te komen. De hengst was niet meer op aarde met zijn hoofd. Hij schoot nog een paar minuten lang bokkend de bak door, niet meer voor rede vatbaar.


Een bizarre reactie op een zadel dat goed lag. Verbijsterd en verbouwereerd pakten we een ander hoofdstel en zijn oude zadel erbij. Hij leek weer gekalmeerd, echter ook met zijn vertrouwde zadel op zijn rug begon de ellende weer van voren af aan. Kon het dan de singel zijn? Hij was één gaatje strakker aangesingeld, maar ook na het losser maken was er geen verschil. Andere singel dan maar, je blijft zoeken naar een oplossing. Helaas mocht ook dat geen verschil maken.


Wat moet je dan doen? Zonder zadel? Er was daarvoor niks aan de hand. Waar kwam dit ineens vandaan? Wij zaten met de handen in het haar. Iedereen bleek een mening klaar te hebben, maar of we het er altijd mee eens waren…